Stadsgedichten Anne Vegter

Anne Vegter is in 2021 en 2022 de stadsdichter van Rotterdam. Elk jaar schrijft de stadsdichter minimaal zes gedichten over Rotterdam en voor alle Rotterdammers. Benieuwd wat Anne tot nu toe geschreven heeft? Je leest het op deze pagina.

2021

#1 Utopiadystopia, 22 regels voor Rotterdam

1. Geef ons heden onze dagelijkse stroomstoot.
2. Geschiedenis als utopie, aangeraakt door de vergetelheid.
3. De burgemeester vraagt of ik trots ben, nadat we Zuid hebben gesloopt.
4. De burgemeester vraagt of ik trots ben, nadat we Plaswijck in as legden.
5. Ons leven is meer dan een politieke dimensie, maar pleiten we voor menselijkheid, oud
woord, laten we dan de opgestuwde randen eren van het eiland waar Hooglanders grazen in
\de Maas.
6. Eiland van Brienenoord.
7. De koeien kijken niet op als we wegscheuren op onze scooters met het haar dat als rode vitrage
over onze rug danst.
8. Eergisteren zei de burgemeester dat we een solidaire stad zijn, waar we voor elkaar opkomen.
9. We is een moeilijk woord.
10. De burgemeester bedoelde dat we elkaar niet slopen, niet kleineren, niet verbouwen, niet
ontkennen, niet gebruiken, niet op de straat laten liggen.
11. Ik sprak Kees, hij is al acht jaar ziek en mager als een kwast. Kees woont op zijn balkon. Ik had
Kees jaren niet gezien. Heb je die kat nog, vroeg hij. Kees heeft eerder een kat vermoord. Ik wilde
verderlopen, maar iets weerhield mij. Hij maakte mijn fiets vroeger gratis.
12. We is een moeilijk woord, maar onverbiddelijk.
13. Toen de ochtendklok afging heb ik geoefend in online burgerschap – een pilot. ‘Bij welke vraag
hoort het goede antwoord?’ ‘Antwoord: alle Wereldtalen!’ ‘Vraag: Wat leert u in een Rotterdamse
taalles?’
14. De stad heeft het geheugen van de stad verschroeid, de straat moest nog eens wijken voor
rennende types, stijf van de coke, klaar om een slag in de lucht te doen, patriots of the void.
15. Dan komt de dichter in beeld, diens werk zou een aanklacht tegen de tijd zijn. Pathos is hem niet
vreemd, door gebrek aan feitenkennis
16. Een parabel.
In de achtste eeuw werd in China de eerste krant ter wereld gepubliceerd, onder de tang-dynastie,
Kaiyuan Za Bao. Haal je Kaiyuan Za Bao door Google Translate dan krijg je ‘cayenne diversen’,
gemengde pepers, voor een krant een passende naam. Vanaf het jaar 713 verzamelde de redactie het
politieke en binnenlandse nieuws, dat vertaald werd voor de provincies. Daarna trokken koeriers het
land in. Kaiyuan Za Bao werd met de hand gedrukt op zijde, werd met de hand gedrukt op zijde,
werd met de hand gedrukt op zijde. De krant werd met de hand enz.
17. We moeten de hemel als lucht dragen ook als die drukt. Het antwoord op de volgende vraag is
goed. Des keizers dynastie ging aan meineed en sabotage ten onder. Het is niet bekend of dat aan de
kwaliteit van de zijde lag.
18. Dichters zijn slordig met feiten maar de sorteermachine van de tijd doet zijn werk, linksom
rechtsom wringt die meedogenloos en ironisch de geheugens uit. En daarna het geweten.
19. Ik heb de stad op haar mooist gezien vanaf de Willemsbrug. Zilveren gebouwen, bronzen lucht.
Boven de rivier cirkelen meeuwen.
20. Ik heb de stad op haar vitaalst gezien uit tramlijn 23.
21. Iedereen weet dat verbeelding een kostbare leugen is: een flits, een verrukking, een spel tussen
de golven.
22. Probeer de verminkte wereld te bezingen, schreef de Poolse dichter Zagajewski. ‘Denk aan
momenten waarop jullie samen/ in de witte kamer waren en de vitrage bewoog/ Keer terug naar dat
concert. Toen de muziek losbrak.’

#2 Herdenking 4 mei 2021 door Aboutaleb en Vegter

Burgemeester Ahmed Aboutaleb                                                                                                           

Vandaag herdenken we hen die vielen.
Beter is het naar hen te luisteren.
Hun voetstappen te volgen, in hun schoenen te staan.
Als we dat niet doen, sterven ze nog een keer.
Als we hen vergeten, hebben wij geen toekomst meer.

  Stadsdichter Anne Vegter

We zeiden we werden gescheiden in dierentuinen, in bioscopen, in slagerijen.
Witregel.
Niemand wordt geboren met een rugnummer.

Oorlog begint met woorden.
Hatelijke, vernederende woorden.
Woorden die uitsluiten, buitensluiten, ontmenselijken.
Mensen, dat gebeurt nog elke dag.
Mild voor jezelf, onverbiddelijk voor een ander.
Goed en Fout zijn terug, onder een andere vlag.

Witregel.
Je zei na het transport hoorde ik mijn naam in getallen spellen.
Het licht van walmende lampen.
Je fluisterde ‘het onnoembare’ dat mij niet kan ontvellen.
Citaat van Primo Levi over de kampen:
“het is gebeurd en kan dus weer gebeuren”

Witregel.

 

In een oorlog worden woorden wapens
waarmee mensen worden verraden. Vermoord.
Met wapentuig wordt oorlog uitgevochten.
Niet hier. In andere landen:
we bladeren door naar de beurskoers
van wapenfabrikanten.

Ooit waren Hitlers hertjes hartveroverend.
Witregel.
Je zei naakt als de dieren werden we in het bos onze graven ingesneden.
Witregel.
Je fluisterde we hadden geloven: één óngeloof vooraf, één óngeloof tijdens.
Witregel.
Toen ging in het Berliner Sportpalast het dak eraf.
Zwartregel.

In oorlog gaat alles van waarde het eerst verloren.
De omgeving van de medemens.
We hebben allen dezelfde demonen te bevechten
om die weerloze waarde te behouden.
Maak daarom woorden niet tot wapens.
Heb vertrouwen.

Witregel.
Je zei eerst scheurde mijn ene, toen reikte
mijn andere oor tot achter het weten.
We lopen achteruit de toekomst in naar wie we zijn.

We lopen achteruit de toekomst in naar wie we zijn.

 

#3 NA VEERTIEN MEI NEGENTIENVEERTIG

Er was de sfeer van opgeruimd verdriet, vrachtwagens reden
plenty tranen uit, je was niet langer werkeloos, je ruimde puin
met overlevers zonder adagium niet poetsen, maar huilen
maar met de woede van vooruitgangsdrift: de gevels neer

de straten leeg, 1 k lijkvrij, terwijl een ramptoerist zich
in een nazipak stak, de afgefikte binnenstad met eigen ogen
vastlegde voor thuis, hielp poetsen pragmatisme aan zijn naam
noem de puin die rondgereden, opgeslagen aan de harreweg

voor de geplande provinciale weg, als eilandjes van kralingen,
pier in de waalhaven, pijlers van de maasbrug, korrelbeton in huis,
de bospaden van oisterwijk, van steenwijk, spaanse polder
en de rotterdamse hoek, het vliegveld leeuwarden, iets met

het zuiderzeewerk werd, dus niet vergeten die gedaantewisseling
van wat in deze stad tegen de vlakte ging en zeker niet vergeten
handen op en draag de hemel, wat zadkine ons heeft voorgedaan:
zijn woest pleidooi, een frons in brons, ons dwaze voortbestaan.

© 2019 - Bibliotheek Rotterdam

Voer uw gebruikersnaam / pasnummer en wachtwoord in.