Vorig jaar tijdens de eerste ronde met de mandjes is het volgende gebeurd.

Een aantal mensen vergiste zich wat de uitgang is en wilde dan via de ingang naar buiten. Dan zei ik: “Meneer, mevrouw, dit is de ingang. U moet daar omlopen en dan komt u bij de uitgang.” Dan kreeg ik altijd als antwoord: “Oh sorry dat wist ik niet, bedankt.” Ze gingen dan naar de goede uitgang. Soms vroegen ze me of ze er daar toch uit mochten omdat ze slecht ter been waren. Dat kon je ook goed zien en dan zei ik natuurlijk: “Komt u maar.”

 

Bij één oudere meneer was de situatie anders en erg komisch. Hij wilde via de ingang naar buiten en ik zei wederom: “ Meneer, dit is niet de uitgang, maar de ingang. U moet daar omlopen en dan komt u bij de uitgang.” Hij zei op een bevelende toon dat hij er daar uitwilde, want dat kon toch en hij was ook op leeftijd. Ik zei toen op dezelfde toon terug: “Nee meneer, u moet daar omlopen en dan via de uitgang naar buiten.” Toen gebeurde het. Hij keek me hééél erg kwaad aan. Liep toen in plaats van langzaam ineens hééél erg snel via de goede route naar buiten en toen hij mij weer zag keek hij de hele tijd kwaad naar mij en liep naar buiten. Mooi, dacht ik, goede beslissing. Hij kon dus prima lopen en snel ook. En goede ogen had hij ook. Hij keek zo kwaad naar mij dat mijn collega zei: “Waarom kijkt hij zo kwaad naar jou?” Ik vertelde het verhaal. Samen hebben we er om gelachen.

© 2019 - Bibliotheek Rotterdam

Voer uw gebruikersnaam / pasnummer en wachtwoord in.