Stadsgedichten Dean Bowen 

Dean Bowen is in 2019 en 2020 de stadsdichter van Rotterdam. Elk jaar schrijft de stadsdichter zes gedichten over Rotterdam en voor alle Rotterdammers. Benieuwd wat Dean tot nu toe geschreven heeft? Je leest het hier.

2020

#1 Exodus

In zijn eerste stadsgedicht van 2020 reageert Dean Bowen kritisch op het woonbeleid dat wordt gevoerd in Rotterdam. Van Exodus is een korte film gemaakt, die in première ging tijdens het International Film Festival. Dit is de tweede film uit de serie Tussen de zinnen in, waarin stadsgedichten tot leven komen. Het gedicht gaat over de Rotterdamwet, een wet die het sinds 2006 mogelijk maakt om in specifieke wijken bewoners onder een bepaalde inkomens- of opleidingsgrens te weigeren.

Exodus is ook verfilmd. Bekijk de video op het YouTube-kanaal van OPEN Rotterdam.

#1 EXODUS

naar Loyce Gayo’s ‘How we forget’

we vergaten dat we stadse wezens waren
we vergaten jou, rotterdam
we vergaten wie zich hier thuis noemt
we vergaten dat thuis weinig meer is dan een plek
waarvan je verdreven kan worden
& als onwenselijk gebrandmerkt
we vergaten hoe wij marketingtaal werden
de aantrekkingskracht van de meerdere minderheid
we vergaten dat Babel ook een plek was waar we verschilden van elkaar
tot mindere goden ook deze veelvoud vreesden
maar dat haar verhalen nog altijd zingen
we vergaten wederopgebouwde gronden
we vergaten dat we gronden nog steeds wederopbouwen
we vergaten hoe cultuur een dynamisch organisme is
en dat ook het onze ooit zal kantelen
ik vergat mijn plek
of misschien interesseerde het me geen fuck
we vergaten dat sommige buren dromen
van weinig meer dan wat vierkante meters
in de stad, zonder dreigende exodus
we vergaten de exodus, de rotterdamwet
we vergaten hoe we zeiden dat er hier geen plek voor iedereen
we vergaten drie opties, wooncarrières & beleidsambities
ik vergat mijn schuld & het gewicht ervan op mijn hoofd
ik vergat mijn hoofd & hoe ook deze de stad verkoopt
als cultureel exportproduct
ik vergat mijn pen & mijn poëzie
ik vergat hoe ze een stem versterken
als ze je stadsdichter noemen, vragen te reageren op dit alles
& je achterlaten in het ongemak
omgevormd tot mooie zinnen voor wat waardering
je snapt het niet
je bent al vergeten met wie je was, vandaag in de stad
je vergat alle mensen die zich daar bewogen
wie er at, of lachte, zich haastte of uitrustte
of whatever
maar je herinnert je de overwaarde, toch?
& hoe enthousiast je daarmee?
je herinnert je hoe je op Kade alle producten kan vinden
van mensen waar je verder niets mee te maken wilt hebben
totdat je wilt tonen hoe divers we hier zijn
weet je nog, hoe grootstedelijk dat voelde?
ik vergat waarom ik dit schreef
ik vergat of ik enkel wat te zeuren had
of dat ook ik de mensen in de stad vergeten was
die er aten of lachten, zich haastten of uitrustten of whatever
maar ik herinner me hoe dit gaat
herinner me hoe grootstedelijk dit voelt
ik vergat dat ikzelf wederopgebouwde grond was
je bent al vergeten dat ik mijn hoofd vergat, weet je nog?
we vergaten dat sommige buren, elke dag bewegen
langs vierkante meters van een ingerichte stad
waarvan beleid bepaald heeft dat het nooit voor hen bedoeld was
we vergaten dat sommige buren blijven vechten
voor hun plekje in deze stad
we vergaten dat sommigen enkel aandacht hebben
voor drie opties, wooncarrières & beleidsambities
of misschien interesseert het ze geen fuck, weet je
soms vergeet ik hoe moeilijk het is
om te onthouden

#2 Residu

Middenin de Tweede Wereldoorlog, op 31 maart 1943, verwoestte een bombardement ‘per ongeluk’ het leven van duizenden mensen. Dit bombardement op Rotterdam-West staat ook bekend als het Vergeten Bombardement.

In de voorbereiding van het schrijven van het gedicht heeft Dean mogen spreken met Nico Sannes en Jan de Grauw, die allebei het Vergeten Bombardement overleefd hebben overleefd.

Klik hier voor het vormgegeven gedicht.

Residu

wachten is een cursief vermogen
een willen dat leunt tegen een tijdelijk tekort
onder spanning, alsof ook dit moment
als het gewicht van een woord dat balanceert
op het puntje van je tong
enkel wacht op een zucht van verlichting
om langs je lippen te kieperen
maar we bestaan in een wereld waar vergeten, het devies
ik neem het niemand kwalijk
behouden is een actief soort falen
het residu van grootouders negeren
& wie heeft er in het gejaag van 2020 nog tijd
om te vragen naar de oorzaak van de barsten in hun gezichten
scherven zijn een ander soort volledigheid
een mogelijkheid om de vorm terug te vinden
of de breuklijnen te traceren om te weten hoe we begonnen
vandaag, jaren geleden, was er iets
waarvoor een dichter geen taal vindt
eufemismen doen vergeten hoe bommen branden
metaforen maken rouw een abstract fenomeen
vandaag, is er iets,
waarvoor een dichter geen taal zoekt
maar in zijn niet begrijpen even stil moet, met de rest

#3 De details

Het stadsgedicht 'De details' schreef Dean voor de dodenherdenking op 4 mei. Traditiegetrouw draagt de stadsdichter het gedicht voor tijdens de herdenking in de Laurenskerk en op Plein1940 maar in verband met de maatregelen tegen het coronavirus is deze herdenking geannuleerd. Er is een video gemaakt waarin Dean het gedicht voordraagt, deze is op YouTube te bekijken.

De details

uiteindelijk blijft er niets over dat op een antwoord lijkt

een open einde is een gebed boven een leeg bord gepreveld

zilverstukken om de ogen toe te dekken

de tol moet betaald

& dit is weer een laatste winter voor de sluimer

een pauze klit zich vast, in ons

de kou die haar rust vindt in de botten

hoeveel waarheid is een lichaam als het oplost

hoeveel rust; die lange slaap

de stad is een kalm exhaleren

een laatste keer

& wij kennen dit zwangere zwijgen

‘blijf je bij me?’

‘was ik nog zacht toen ze me vonden?’

‘ben ik weg?’

‘…of toch jij?’

het zijn de details die ons bijblijven:

de zwavel
de roest
je heilige breekbaarheid

het is allemaal nat zand in onze handen

zwaar genoeg om te dragen

mul genoeg om te laten gaan

 

2019

#1 Patina

Het eerste stadsgedicht dat Dean Bowen schreef, is Patina. Hij droeg dit gedicht voor tijdens zijn benoeming als stadsdichter op 31 januari in het Bibliotheektheater. In het gedicht voert Dean voor het eerst een gesprek met de stad als stadsdichter. Hij vraagt 'haar', de stad, over wat wel en wat niet te adresseren in zijn gedichten die hij over Rotterdam zal schrijven in zijn periode als stadsdichter.

Patina

& wat heb je aan de glans van je vernis
wanneer alles onder de oppervlakte
vertelt van je ruwte

vraag ik haar

met het gewicht van een Oscar Wilde citaat op de tong, in Crooswijk

& ze zwijgt
kantelt een glimlach uit haar mondhoek
terwijl ze mij betrapt op een hand wringend soort ongemak

wij zijn troebel water
& in elkaar niet af te lezen voorbij
de doorzichtigheid die onze binnensten huisvesten

& ik vraag haar

hoeveel mag jouw ontnomen worden
voordat ik op mag biechten dat ik je niet meer herken

& ze zwijgt
werpt mij een blik toe bezoedeld
met een onvermogen te keren naar weerzin
of waanzin & ik lees in haar iets dat gedicht mag
worden, moet worden
maar ze wuift ook deze hoogmoed uit mijn verscheurde ijdelheid weg
& hoe moet ik mijzelf overeind houden ten aanzien van deze weelde

& weelde is
de veelvoud van de talen die in haar zingen
& weelde is
het altaar waarop zij is neergelaten
maar laten we van elkaar geen idolen maken, meer

& mijn hart dreunt in de keel
een opwelling van een vloed die gulzig
wilt grijpen zoals deze altijd in laagland gegrepen heeft

& ze zwijgt
verleidt mij naderbij te geraken & ze grijpt me vast
drukt mijn oor op haar navel
& ik hoor hoe ze oneindig bezongen is
zoals men doet in dingen als gedichten

& ik weet niets meer te vragen
niets te vertellen maar zwijgen is een te luid verraad

& ik weet dat zij weet dat ik nog zo veel meer niet

& ze zwijgt
laat mij razen als storm in een glas water
tot ik uitgeraasd en alles stilte

& ze zegt

roep mij aan, wanneer je wenst
& ik zal niet liegen
kras jezelf in dit lichaam thuis
& soms ben ik leeg
vind mijn stem in de haarvaten
& soms zal ik zwijgen
wanneer er ruimte moet voor de rest

#2 nacht en leven

Bowen heeft zijn tweede stadsgedicht opgedragen aan BAR. De mensen achter de nachtclub in het Schiekadeblok waren bezig met het ontwikkelen van een danceclub in de Ferro-hallen in Rotterdam-west. De gemeente zei begin februari de samenwerking op. Woensdag 20 februari protesteerden honderden mensen tegen die beslissing en het gemeentelijk beleid op het Stadhuisplein, waar de stadsdichter het gedicht "nacht en leven" voordroeg.

nacht en leven

voor BAR

in dit gedicht
leggen ze ons neer als bloemen
bij een monument voor een verloren nacht
vergeten de soort levens die anders kapseizen
in tempels die zij niet begaan

ze verkochten onze gronden uit
voor kapitaal en kapers op de kade
van een plek die nooit thuis zal worden genoemd

zeiden: ‘this must be the place’

en als antwoord dansen wij
in de leegten die lichamen achterlaten
verspreid over de stad
als lege plastic bekers op een dansvloer
die ons zo veel liefheeft
dat we blijven plakken, omarmd

en hoe wij van haar

er wordt een rede gespuugd
over een te ruste gelegde nacht

herinnering begraven
van hoe wij
toen wij
die ene keer
en weet je nog met wie we waren

en de zomers
en de afters
en de afters
en de afters
en hoe in de winters een toevluchtsoord

we zien zerken teveel
lezen de namen van zij die sterven zijn gegaan
leggen vergeet-me-nietjes langs de wanden
laten de nacht geen museumstuk worden

noemen de namen van ons geroofd: †

teveel is altijd een te veel
maar hoor ons nu
want genoeg is genoeg

#3 een lege hemel

Op 31 maart 1943 vielen er door een fout bommen op de dichtbevolkte wijk Bospolder-Tussendijken in Rotterdam-West. Door het slechte weer en inschattingsfouten bombardeerden Amerikaanse bommenwerpers niet het doelwit scheepswerf Wilton-Fijenoord, maar duizenden huizen. De stadsdichter schreef zijn derde stadsgedicht "een lege hemel" voor de herdenking van dit Vergissingsbombardement in Park 1943.

Een lege hemel

Herdenkingsgedicht, 31 maart 2019

een lege hemel lekt geen vlammenzee
doet een dochter niet bidden boven een gat in de grond
is geen einde van veelbelovendheid in een moeilijke stad
weet 57 namen terug te vinden van 417 teveel

een lege hemel strekt zich uit
hangt laag over een tot puin geslagen thuiskomst
is voor zonen mogelijk iets wat niet vergeten hoeft,
wanneer ze kijken uit het zolderraam

een lege hemel krijst niet schel
belooft ons niet wat gister ook al
zwijgt in rouw als moeders,
die onder brokstukken zoeken naar de vaders die kwijtgeraakt

een lege hemel is geen troost
niet een reden om te schuilen
een monument voor wie verleden
maar altijd een nieuwe dag

#4 of een nieuwe stilte

Het stadsgedicht "of een nieuwe stilte" schreef Dean voor dodenherdenking 2019. Ieder jaar herdenken we op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies nadien. Het herdenkingsgedicht werd die dag voorgedragen in de Laurenskerk en op Plein1940 door Simone Atangana Bekono, Bas Kwakman, Mariana Hirschfeld en Elten Kiene.

of een nieuwe stilte

Herdenkingsgedicht, 04 mei 2019

I
er valt niets nieuws te vertellen
geen onontdekte toestand die zich bindt aan de tong, een ander lichaam wordt
of een ruimte om uit te vullen met iets overerft van grootmoeders generatie
stilte is een causale potentie
een lucifer aan benzine; waarmee bedoeld,
dat ook dit licht ontvlambaar is en snel verdwijnt
als het heugen niet in ons valt
ons wijst op iets om vast te houden

II
niet alles onaanraakbaar is abstract;
onthult iets dat spreekt naar binnen
een woord dat zich omkeert, terugvalt in de keel
niet voorbij de drempel raakt want alles kent een prijs
rouw spel je niet met lichamen, beelden van iets vernietigd,
een gevallen stad of een lege hemel die niets meer opbiecht
soms herinner ik me alles dat ons niet overkwam
alsof alweer de stilte, ik zag het, allemaal ontwricht

III
dit is waarheid. alles dat zich in het licht begeeft laat iets achter
is een spoor om te volgen
hoe we hier raakten wordt verteld ontdaan van haar rafelingen
hoe we hier raakten, een causaal potentieel
als morgen, een constant onderweg
dan zwijgt vandaag een thuis in mij
en als ze niet wil zingen
laat haar even in ons stil

IV
en wij zijn niet enkel onmogelijk, een leven onder voorbehoud
maar een buitengewoon soort menselijk, laat het ons niet vergeten
dit alles kent het gewicht van een merkwaardige wereld die we dragen,
die zich omkeert, terug wil vallen als een woord in de keel
dit is waar we staan of een nieuwe stilte
en hier eet ik en rouw ik en kerk ik en hoop ik,
ontrafel ik en zwart ik, omarm ik en vriend ik,
want hier zie ik en slaap ik en leef ik en droom ik de wereld minder wreed

#5 altijd een soort vooruit

Het derde en laatste herdenkingsgedicht van dit drieluik schreef Dean voor de herdenking van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. De dansgroep Amenti Collective maakte een choreografie bij het gedicht en hun optreden tijdens de herdenking kun je hier terugzien. Bij dit gedicht is een video gemaakt als eerste film uit de reeks 'tussen de zinnen in'. Bekijk de video '14.05 altijd een soort vooruit' hier.

altijd een soort vooruit

Herdenkingsgedicht, 14 mei 2019

In een herbouwde stad beweegt een achteloze gemeenschap met kapitalistische precisie
haarzelf voort. Van haar geschiedenis ruilhandelt ze enkel wat romantisch of sleept mee als
boetekleed een rouw van lang geleden. Deze stad is groot. Hier schuurt men zich kapot te
nauw in omwentelingen langs elkaar. Verkeerslichten bloeien mini/massa-verschuivingen
als alternatief voor iets dat lijkt op migratiedrang en alles is symptoom voor blinde vlekken
van te lang in het wit gestaard. Ieder niet zien slaat een krater. Is een onoverbrugbare
afstand tussen duim en wijsvinger afgemeten. Handpalmen bedrijven politiek in handdruk
of gebed, maar Rotterdam ligt er vredig bij. Overal zijn andere mensen. Andere mensen zijn
bijvoorbeeld moeders. Moeders zijn brandstof in oorlogstijd. Net als wij, overvolle
metaforen. Een dichter schrijft dat van alle strijd een allegorie te maken is, in de
wetenschap dat ze elders wordt gevoerd. Dat elders vandaag, is een kruimige stad als de
onze jaren geleden. Ze herinnert aan de broosheid van onze eigen monumenten.

In een herbouwde stad is ons spreken vergif gemaakt. Uitgegoten over deze straten. Een
feedbackloop die zich herhaalt, maar elk nogmaals is verwatering. Doet ons elkaar verkeerd
verstaan. De namen vallend. De gevallen namen die er waren om genegeerd te worden.
Niet langer waarschuwing voor een wrede retoriek. Opdat we vergeten, te makkelijk. We
droomden van iets maar raakten het kwijt in ook onze kinderen. Zwarte rook bijvoorbeeld is
zwarte rook en overal hetzelfde. Roet blijft kleven aan elke huid. Stokt eenieders
ademhalen. Brodsky fluistert een dichter toe dat steden niet schuilen als het regent. Ik wijs
hem op de brandgrens als rouwrand doorheen de stad. Zeg hem dat bommen geen
regendruppels zijn. Niet hier of elders. Lucebert antwoordt dat alles van waarde weerloos is
en ik vraag hem wie bepaalt wat er waardevol. Wie beschermt mag tegen de rest. Alsof we
niet eerder zijn opgegeten door elkaar. Door het vuur. Dress dan deze wonden. Maak van
lichamen geen graven. Geef deze stenen terug, een stem.

In een herbouwde stad is een lege hemel of een nieuwe stilte altijd een soort vooruit.

#6 Bigi Spikri

Zijn zesde stadsgedicht schreef Dean voor Keti Koti. Een programma rondom de Rotterdamse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij. Dean over Keti Koti: “In Nederland delen we een gemeenschappelijke geschiedenis, die misschien nog niet als zodanig ervaren wordt. Ik vind dat iedereen een gedeelde verantwoordelijkheid heeft om te erkennen wat er in het verleden gebeurd is”. Dean droeg "Bigi Spikri" voor tijdens het Keti Koti Lecture in de Burgerzaal van het Stadhuis.

Bigi Spikri

1.

het is iets onder de oppervlakte dat deze wonden bloot ziet

2.

stilte is het aderlaten van een discours dat ook voor jou bedoeld was;
ons nu allemaal tot karikatuur reduceert

3.

grauw is de lucht tussen Suriname en de scherpte van een Nederlandse onverschilligheid

4.

je toont jezelf niet minder gevaarlijk dan hoe we je herinneren

5.

we hebben iets te vieren

5.

we zeggen dat we iets te vieren hebben

5.

ze zeggen dat we iets te vieren hebben. dat ze ons ook een feestje gunnen

6.

laten we allemaal iets herinneren
zoals hoe het is om ruimte op te eisen, wortel te schieten en te vertakken

7.

we begrijpen dat het zal blijven spoken, in ons

8.

wat zich openbaart is de afstand tussen mensen in een gedeeld verhaal

9.

K-E-T-I-K-O-T-I = KETTIE KOTTIE ≠ KEETIE KOOTIE

10.

Leer de regels van Dobru uit het hoofd

10.

wan bon

10.

wan pipel

11.

wi no sa singi dineti als we niet leren hoe onszelf af te lezen in elkaar

12.

waarom alweer dit aanroepen, altijd moeten we iets alweer

13.

ongeluksgetal

14.

het is slechts wat je voorgehouden wordt, bigi spikri
vertel me wat je ziet
vraag me niet waarom je niet jouzelf herkent
ik weet het niet
maar
zie wat je moet zien
en

15.

onthoud.

#7 Meneer Deelder is dood

De Rotterdamse dichter Jules Deelder (1944) overleed op 19 december 2019. Stadsdichter Dean Bowen schreef het stadsgedicht Meneer Deelder is dood uit eerbetoon voor Jules; schrijver, dichter, muzikant, performer én nachtburgemeester van Rotterdam.

Meneer Deelder is dood.

wat anders had je kunnen zijn
dan een scherpte tegen het gehemelte aangedrukt
als iets Rotterdams
gespeld met de -R geleend van Rouwen

hoor ‘m eindigen: ‘de dood is kut’

en het is waar
een lichaam is geen open einde gegund
meneer Deelder is dood
en met hem valt er iets stil in de stad

niet alle leegte hoeft opnieuw gevuld
laat het met rust
laat het (vooral) met rust

we weten welke rituelen
om hem aan te roepen
weten welke gevels voor de trilling van z’n stem
meneer Deelder is dood
meneer Deelder is dood
en iets van deze stad ging met hem

Video's bij de gedichten

Dean wil in zijn periode als stadsdichter veel met beeld en geluid werken. Door zijn woorden naar beeld te vertalen hoopt hij zijn gedichten bij een breder publiek onder de aandacht te brengen. Daarom wordt er in samenwerking met OPEN Rotterdam en Rauwkost Collective een poëtische dramareeks genaamd 'Tussen de zinnen in' gemaakt bij de stadsgedichten van Dean.

De video's van 'Tussen de zinnen in' zijn ook te zien op het YouTube-kanaal van OPEN Rotterdam.

© 2019 - Bibliotheek Rotterdam

Voer uw gebruikersnaam / pasnummer en wachtwoord in.