Muziekweb: Nederlandse klassieke componisten

Muziekweb: Nederlandse klassieke componisten

Deze maand heeft Muziekweb een playlist samengesteld met Nederlandse klassieke componisten. Luister en geniet. 

Bestaat er zoiets als Nederlandse muziek? Zijn er typische kenmerken voor muziek uit ons land? Nuchter, zakelijk, zonder poespas – het zijn er enkele die wel eens genoemd zijn. De waarheid is gelukkig weerbarstiger. Maar een eerbiedwaardige traditie is er wel, eentje met internationale allure bovendien. Van de ‘aartsvaders’ Alphons Diepenbrock, Matthijs Vermeulen en Willem Pijper via Ton de Leeuw en Daan Manneke tot Klaas de Vries en Calliope Tsoupaki. In deze playlist hoor je een bloemlezing.

Alphons Diepenbrock, Suite Elektra - Residentie Orkest o.l.v. Hans Vonk
Als klein landje aan de Noordzee ligt Nederland al eeuwen ingeklemd tussen de Duitse en Franse invloedsfeer. Bij Alphons Diepenbrock komen deze muziekculturen samen. In de suite Elektra (1920) is vooral de Duitse inbreng goed hoorbaar.

Rudolf Escher, Ciel, air et vents (Sel.) – Nederlands Kamerkoor o.l.v. Ed Spanjaard
In 1950 fietste Rudolf Escher in het hart van Frankrijk. De wijdheid en stilte inspireerden hem tot vele werken, en de Franse cultuur zou zijn werk enorm beïnvloeden. Het prachtige koorwerk Ciel, air et vents (1957) is een duidelijk voorbeeld.

Henriëtte Bosmans, Le regard eternel – Jannie Pranger (sopraan), Tomoko Mukaiyama (piano)
Het Concertino voor piano en orkest is het succesvolste werk van componist en concertpianist Henriëtte Bosmans. Door de invloed van Ravel en Debussy is ook hier Frankrijk dichtbij. Hetzelfde geldt voor de bijzonder liederen die Bosmans met name in haar latere leven schreef.

Matthijs Vermeulen, Symfonie nr.2 (Sel.) – Residentie Orkest o.l.v. Gennady Rozhdestvensky
‘Prelude op de nieuwe dag’, dat is de ondertitel van Vermeulens Tweede Symfonie (1920). Die ondertitel is zeer toepasselijk, want met deze symfonie was Vermeulen zijn tijd ver vooruit. Het bezwerende van Stravinski’s balletten, de primitieve klankkleuren van Varèse en de radicale fantasie van Charles Ives: Vermeulens Tweede biedt een schat aan weerbarstige ontdekkingen.

Ton de Leeuw, Afrikaanse etude nr.2 – René Eckhardt, piano
Niet-westerse muziek was bepalend voor De Leeuws ontwikkeling, en Symphonies of winds (1963) is een bekend voorbeeld, met het een Indiase landschap dat het oproept. Minder stemmig maar even boeiend zijn de drie Afrikaanse etudes uit 1954.

Peter Schat, Anathema – Theo Bruins, piano
Peter Schat was een kind van zijn tijd. En wat voor een tijd: studentenoproer, Maagdenhuisbezetting, Vietnam demonstraties. Maar ook muzikaal was Schat een tegendraads mens. In 1969 schreef hij bijvoorbeeld Anathema, een verrassend traditioneel klinkend pianowerk tegen de moderne atonale trend in.

Hans Kox, In those days (Sel.) – Groot Omroepkoor, Radio Orkest o.l.v. Hans Kox
De veelzijdige vakman Hans Kox maakte in 1944 op veertienjarige leeftijd de Slag om Arnhem van nabij mee. 25 jaar later herdenkt hij deze met In Those Days (1969), een indrukwekkend werk voor koor en orkest. Lijdensmuziek waarin trompetgeschal en donderende percussie het oorlogsgeweld verbeelden, afgewisseld door hoopvolle lyrische koralen geënt op Bach, gezongen op bijbelteksten.

Tristan Keuris, Vioolconcert nr.1 (Deel 2) – Joan Berkhemer (viool), Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Elgar Howarth
In het zinnelijke slot van Keuris’ Sinfonia ligt eigenlijk al de rest van zijn oeuvre besloten. Hierin heeft grauw modernisme plaatsgemaakt voor expressieve lyriek. Datzelfde horen we in het Eerste Vioolconcert (1984). Keuris zocht én vond een nieuwe weg vanuit de traditie zonder oppervlakkig sentiment.

Daan Manneke, Plenum (Sel.) – Frysk Concertkoor, Ensemble ARCO o.l.v. Hoite Pruiksma
Ruimte speelt een grote rol in de muziek van de in Zeeland geboren Daan Manneke. Niet alleen de fysieke ruimte van het landschap, maar ook die van tijd en het geestelijke. Plenum (letterlijk ‘volheid’) uit 1988 is zo’n gelaagd werk waarin veel van zijn muzikale en literaire inspiratiebronnen samenkomen: een mysterieus labyrint vol gestolde monumentaliteit.

Calliope Tsoupaki, Song for four string instruments
Het werk van de diepgelovige Tsoupaki is vaak modern en archaïsch tegelijk. Haar bekendste werk, de Lukaspassie, noemt ze een icoon. Maar ook dit instrumentale werk uit 1991 heeft een sterk plechtige sfeer.

Klaas de Vries, A King, riding (Sel.) – Asko Ensemble, Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw
Het ‘scenisch oratorium’ A King, Riding (1996) is het opvallendste wapenfeit in De Vries’ veelzijdige oeuvre. Gebaseerd op Virginia Woolfs The Waves passeren zeven personages de revue, elk vertegenwoordigd door een eigen instrument. Atmosferische, fijnzinnig geïnstrumenteerde delen wisselen af met felle passages en bijzondere ‘heterofonieën’. Voor het werk ontving De Vries in 1998 de Matthijs Vermeulen Prijs.

Louis Andriessen, Anaïs Nin (Sel.) – Cristina Zavalloni (sopraan), London Sinfonietta
Massieve akkoorden, hamerende ostinato’s, luid en agressief. Zo wordt de muziek van Louis Andriessen en zijn geesteskind de Haagse School vaak aangeduid. Dat Andriessens muziek ook intiem en gevoelig kan klinken bewijst dit deel uit Anaïs Nin (2010).

Kees Tazelaar, Crosstalk A (Sel.)
De elektronische muziek mag in deze playlist niet ontbreken, vanwege de belangrijke rol die Nederland hierin speelde, met invloedrijke studio’s in Eindhoven en Utrecht. Er zijn weinigen die zo’n lans hebben gebroken voor het genre als Kees Tazelaar. Hij geldt als dé kenner van de geschiedenis van deze muziek in Nederland - én als een van de belangrijkste componisten in het genre.

Samenstelling: Thomas Op de Coul
Graphic design: Judith de Rond, afbeelding afkomstig van albumhoes ECX0577