Muziekweb: Arvo Pärt

14 jan 2019

Muziekweb: Arvo Pärt

In de maand van de spiritualiteit staat Muziekweb stil bij de spirutuele componist Arvo Pärt. 

In de maand van de spiritualiteit besteden we aandacht aan Arvo Pärt (Estland, 1935). Zijn klankwereld is zo verstild als een Russische icoon. Je zou hem de heilige van de writer's block kunnen noemen, zozeer grenst zijn muziek aan de sprakeloosheid. Met niet meer dan gebroken drieklanken bidt hij al zo'n vijf decennia lang tegen alles wat te veel is. Ondanks die wereldmijding heeft iedereen zijn muziek gehoord, al dan niet bewust. Denk aan al die ontelbare films en documentaires waarin zijn muziek is opgenomen als soundtrack: La grande bellezza, The Good Shepherd, The Young Pope, Fahrenheit 9/11…

Arvo Pärt behoorde tot die componisten wiens expressie gefnuikt werd door de harde materialistische wereldvisie van het communisme. Veel van zijn vroegere avant-gardistische muziek (jaren zestig) maakte een verkrampte indruk. Hij leerde echter om los te laten (jaren zeventig). In die donkere nacht van de ziel waren het het gregoriaans en de oude vocale polyfonie die hem een uitweg boden. Met als resultaat het religieuze minimalisme waarmee hij tegenwoordig zo geliefd is.

Spiegel im Spiegel (1978) - Viktoria Mullova (viool)
De viool vertrekt vanuit een centrale toon. Aan beide kanten van die toon breidt de melodie zich uit, zowel in de hoogte als in de laagte. De piano begeleidt met simpele drieklanken. Eigenlijk stelt deze muziek niets voor, zo denkt het nuchtere verstand. Tenzij je bereid bent om de spiegel in te gaan, terug naar een verloren tijd.

Cantus in memoriam Benjamin Britten (1977) - Paavo Järvi (dirigent)
Dit stuk rouwbeklag is een van Pärts meest indrukwekkende composities. Het geluid van een klok is het signaal voor eindeloos dalende strijkers. Het strijkersbad eindigt in een zwaar slotakkoord, van waaruit de klok als vanzelf begint te klinken: alsof de ziel zich losmaakt van het aardse bestaan.

Pari intervallo (1976) - Christopher Bowers-Broadbent (orgel)
Pärt componeerde dit werk ter nagedachtenis van een vriend. De versie voor orgel is het meest bekend geworden. De muziek bestaat uit niet meer dan twee trage melodische lijnen, aangevuld met wat akkoordtonen. Ondanks die eenvoud is het effect magisch.

Passio Domini nostri Jesu Christi secundum Joannem (opening) (1982) - Tonus Peregrinus
Als Bachs Johannespassion een verzengende vulkaan is, dan is Pärts Johannespassie de uitgebrande krater, zo schokkend kaal is deze muziek. Wie Pärts Passio in één sessie uitzit, moet wel alle gevoel van tijd verliezen.

Fratres (1977) - Gidon Kremer (viool)
Fratres behoort tot Pärts vroegste minimalistische stukken. Twee lage noten verbeelden een oerklank van waaruit een melodie opbloeit. De oorspronkelijke versie was voor een kamermuziekensemble met slagwerk. Veel bekender is de bewerking voor viool en piano (voor Gidon Kremer). Deze begint met een spectaculaire cadens voor de viool.

My heart's in the highlands (2000) - David James (countertenor), Christopher Bowers-Broadbent (orgel)
Arvo Pärt is een meester van de monochromie. In één keer zet hij een kleur neer, om het daarna niet meer los te laten. Zoals hier, in dit werk voor countertenor (of alt) en orgel. De tekst is afkomstig van de Schotse dichter Robert Burns (die van Auld lang syne). De zangpartij kan amper een melodie genoemd worden. Steeds weer diezelfde noten, die een ruimte creëren waarvan het middelpunt overal en de omtrek nergens is.

Für Alina (1976) - Ralph van Raat (piano)
Für Alina is een klein pianostukje, die de gehele Pärt in een notendop bevat. Pärt componeerde dit stukje eigenlijk voor de moeder van Alina, die haar achttienjarige dochter na eens scheiding moest missen.

Credo uit Berliner Messe (1990) - Theatre of Voices, Paul Hillier (dirigent)
In het Credo uit de Berliner Messe liet Pärt zich van zijn meest blijmoedige kant horen. Misschien kwam het doordat de componist, als inwoner van West-Berlijn en opgegroeid in het Oostblok, zich emotioneel geraakt voelde door de val van de Muur.

Samenstelling: Hans Jacobi
Illustratie: Judith de Rond, afkomstig van albumhoes ECX0896

Dionne Schouwstra

1000 Resterende tekens