De levenslessen van het schaakspel in films en series

19 nov 2018

De levenslessen van het schaakspel in films en series

Na het lezen van deze blog ben jij ervan overtuigd dat er geen betere zelfhulpgids is dan hét spel der spellen: schaken. 

Van 13 december tot en met 20 januari staat de bibliotheek in het teken van: Schaak! Wist je dat dit eeuwenoude bordspel veel meer is dan een spelletje? En dat schaken in heel veel verschillende (kunst)vormen terug te vinden is? De komende periode gaan we hier dieper op in. In dit artikel: de levenslessen van het schaakspel in films en series. 

Schaak is een complex spel met eindeloze mogelijkheden. Het heeft (bijna) dezelfde moeilijkheidsgraad als het echte leven. Dat hebben veel cineasten goed begrepen. Op veel sleutelmomenten in bekende films en series wordt daarom geregeld het schaakspel erbij gehaald als passende metafoor. Tijdens de “schaak themamaand” is de Nederlandse film Lang Leve de Koningin (1995) te zien, waarin het schaakstuk de koningin - gespeeld door Monique van der Ven – tot leven komt. Om in de stemming te komen kijken we alvast naar films en series van Ingmar Bergman, Pixar, David Simon, Ridley Scott en Jim Carey.

Doe je best in het leven en wie weet werk je jezelf op van loper tot koningin

Dit is natuurlijk een levensles die veel ouders, politici en docenten graag aan de jeugd doorgeven. Ware het niet dat deze schaakmetafoor van ‘de Amerikaanse droom’ voortkomt uit de HBO-serie The Wire (2002 – 2008). De serie laat de drugscriminaliteit in de buitenwijken van de Amerikaanse stad Baltimore zien. Een van de mooiste scenes uit het eerste seizoen, is het moment dat de sympathieke drugsdealer D’angelo ziet dat zijn loopjongens aan het dammen zijn met schaakstukken. Hij legt ze uit dat schaak een veel interessanter spel is. Hij weet ze te enthousiasmeren door in de leefwereld van de jongens te kruipen en beschrijft het spel aan de hand van het organogram van hun drugsbende: Leider Barksdale is de Koning; zijn partner Stringer Bell is de koningin; de torens zijn de drugsvoorraad; en dan zijn er nog soldaten. Vaak gaan ze eraan, maar als ze hun best doen kunnen ze het zelfs schoppen tot koningin: het stuk met de meeste status in 'da game'.

Zelfs de meest onmogelijke situaties zijn op te lossen zolang je strijdvaardig blijft

Net als bij schaak kent ook het echte leven een eindspel: De dood. De beroemdste schaakpartij uit de filmgeschiedenis is waarschijnlijk die in The Seventh Seal (1957) van de Zweedse filmmaker Ingmar Bergman. Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen ten tijde van de Zwarte Dood. Deze pestepidemie maakte naar schatting tussen de 75 en 100 miljoen slachtoffers. Ditzelfde noodlot staat hoofdpersoon Antonius Block te wachten. De ridder komt net terug van een kruistocht en treft zijn land aan in puin. De Dood komt het strand oplopen als Block tegen zichzelf aan het schaken is. De ridder daagt De Dood uit voor een potje schaak. De inzet: Als hij wint zal hij in leven blijven. Tijdens het spel houdt hij De Dood zo bezig, dat er nog mensen ongezien kunnen vluchten. En aan het einde van de film wint …

Die spoiler gaan we je niet geven, daarvoor moet je de film zelf bekijken.

Denk buiten de vakjes van het spel

Bij schaak denk je vaak aan twee beschaafde heren op leeftijd, die als wiskundigen zitten te rekenen met welke serie zetten de tegenstander kan worden verslagen. Maar bij schaak draait het niet alleen om rekenvaardigheid, het is ook een psychologisch spelletje. Door veel te zuchten en te steunen, arrogantie of vertwijfeling te veinzen, kun je de tegenstander flink ontregelen.

In de documentaire Magnus (2016) zien we hoe Viswanathan Anad tijdens de WCC 2013 alle mogelijke mentale spelletjes speelt om Magnus Carlsen uit zijn ritme te halen. Zo komt hij een aantal keer op het allerlaatste moment opdagen. Waarschijnlijk haalde Anad zijn inspiratie uit de korte animatiefilm Geri’s Game (1997). Een belangrijke film van filmstudie Pixar. Dit was de eerste animatiefilm waarin de invloedrijke studio een mens van vlees en bloed als protagonist laat zien. Door deze technische doorbraak won de film dat jaar de Oscar voor beste korte animatie.

Geri’s Game draait om de bejaarde man Geri die tegen zichzelf schaakt in het park. Hij gaat zo op in het spel, dat zijn alter ego (tegen wie hij speelt) een personage op zichzelf wordt. Zijn tegenstander is veel agressiever in het spel, waardoor Geri op een haast onmogelijke achterstand komt te staan. Met zijn winnaarsmentaliteit gooit Geri er zijn laatste troef erin: hij veinst een hartaanval. Zijn alter ego let daardoor niet op als Geri stiekem het bord omdraait, om vervolgens voldaan vast te stellen dat hij heeft gewonnen.

Er komt een moment dat je je vader gaat verslaan

Toen ik jong was, was mijn vader die onaantastbare held die overal de beste in was. Tijdens mijn pubertijd begon ik dat feit in twijfel te trekken. Helaas bleef hij mij in die jaren op het schaakbord altijd de baas. Elke keer moest ik na een verloren partij tegen zijn verwaande gezicht kijken. Het leek wel of hij hiermee wilde zeggen dat de spierkrachtverhoudingen misschien aan het verschuiven waren, maar dat hij intellectueel nog steeds superieur was.

Schaak is een eervol spel. Je laat je tegenstander simpelweg niet winnen omdat je het zielig vindt. Daardoor kan het soms jaren duren voordat je een keer een potje wint van jouw schaakmentor (met misschien af en toe een gelukkige remise). Het moment dat je je vader verslaat, is daarom een belangrijke dag in je leven. Ik kan je vertellen dat mijn ouwe er dagen erna nog chagrijnig van was. Hij besefte dat de vader-zoonverhoudingen definitief waren gekeerd!

Een van de belangrijkste scenes uit Blade Runner (1982) is als Rutger Hauer (een androïde), via de telefoon schaakzetten doorgeeft, waarmee hij de geniale Tyrell (zijn ontwerper) verslaat vanuit een haast onmogelijk stelling. Een ontroerend moment, waarbij vele schaakspelers vast en zeker een traantje hebben moeten laten, denkend aan al die verschrikkelijke schaakuren met hun vader.

Leuk feitje: in deze film worden de laatste drie zetten nagebootst van de misschien wel meest legendarische schaakpartij ooit. Deze “inmortal game” werd in 1951 in Londen gespeeld door Adolf Anderssen en Lionel Kieswritzky. Een spel waarbij de verliezer slechts drie pionnen verloor en de winnaar (Adolf Anderssen) een schaakmat wist te realiseren met twee torens en twee lopers minder.

Omarm je fouten

Momenteel is op Netflix de documentaire They'll Love Me When I'm Dead (2018) te zien over filmmaker Orson Welles en zijn (tot dit jaar) onvoltooide film The Other Side of the Wind. In de docu vertelt Welles aan een journalist dat hij tijdens dit project zoveel mogelijk “happy accidents” tot stand wil laten komen. Momenten die niet gescript zijn, maar die tijdens het filmen per ongelijk ontstaan. Dit zijn volgens Welles vaak de magische momenten in zijn films.

In Ace Ventura 2 (1995) vindt er zo’n happy accident plaats. Kijk en huiver hoe er in een Hollywood bockbuster (30 miljoen budget – 212 miljoen opbrengst) tijdens de schaakscene een gigantische blunder wordt begaan. Jim Carey loopt te schreeuwen tegen een man met een schaakbord voor zijn neus. Een paar shots verder, staan er opeens geen stukken meer op het bord. Een oliedomme fout natuurlijk, of toch een bewuste keuze van de makers om de platte comedy een magisch realistisch sausje te geven? Op het internet gaan er verschillende theorieën over den ronde.

Wat leren we hiervan met betrekking tot het schaakspel. Niemand kan het spel volledig doorgronden. Daarvoor is het te complex. Om een idee te geven: na zes beurten (3 x wit en 3 x zwart) zijn er al 9,132,484 mogelijke zetten geweest. Het gaat erom dat je de mogelijkheden aangrijpt die tijdens het spel ontstaan. Bewaar dus de rust als je een zet hebt gedaan die in eerste instantie fataal lijkt te zijn. Er ontstaat nu namelijk een nieuwe situatie op het bord waar ook je tegenstander waarschijnlijk geen rekening mee heeft gehouden.

 

Tom van Haaren

1000 Resterende tekens