Van manuscript tot roman

23 jan 2018

Van manuscript tot roman

Gastblogger en oud-stagiair van Bibliotheek Rotterdam, Timo Hendriks, vertelt over het onstaansproces van zijn debuutroman. Van het vinden van tijd tot het vinden van een fijne uitgever, alles komt voorbij. 

Over het vinden van tijd
Vanaf het moment dat ik woorden op papier kan zetten, vind ik het heerlijk om te lezen en te schrijven. In mijn kinderjaren heb ik de nodige verhalen en (strip)boekjes gemaakt. Toen ik in 2010 bij de Centrale Bibliotheek stage liep, wist ik al dat ik mijn eigen boeken wilde schrijven. Na het afronden van mijn multimediastudie lukte het me niet om passend werk te vinden. Het zoeken en solliciteren was frustrerend, maar ik had opeens wèl tijd om te schrijven. En dat deed ik. Iedere dag ging ik, soms met plezier en soms met tegenzin, minimaal twee uur achter mijn laptop zitten. Ik had al een idee, een ruwe opzet en een beeld van hoe het boek zou moeten eindigen. De rest volgde langzaam. Na ongeveer een jaar - vlak voordat ik startte bij mijn huidige werkgever -  was de eerste versie van mijn manuscript af. Het boek, De vlucht van Elan, gaat over een honderdjarige ruimtereis. De bemanningsleden hebben de taak het voertuig ‘de Elan’ en diens vracht te vervoeren naar een ver zonnestelsel om een menselijke kolonie te starten, ver weg van de aarde. Het gaat goed tot de oprichter van de expeditie, in jaar 69, door stress en slaapgebrek psychotische klachten ontwikkelt.

Schrijven, herschrijven en nogmaals herschrijven
Ik ben perfectionistisch en denk dat alles - zeker bij mijn eigen werk -  beter zou kunnen. Tijdens het schrijven van de eerste versie was ik voortdurend eerdere hoofdstukken aan het aanpassen. Passages die weinig toevoegden werden weer geschrapt. Nadat de eerste versie af was liet ik het familie en vrienden lezen, benieuwd naar hun feedback. Ik stuurde het naar een beoordelaar van manuscripten, die nutttige tips heeft gegeven. Ik liet de eerste versie een aantal maanden liggen, zodat ik het manuscript daarna kon lezen alsof het het werk van iemand anders was. Ik stelde een lijst op met dingen die te verbeteren waren  en ging er mee aan de slag. Inmiddels werkte ik fulltime in de geestelijke gezondheidszorg, dus ik werkte – wanneer dat mogelijk was – in de weekenden aan het manuscript. Het ging gelukkig om kleine wijzigingen, zoals het aanpassen van namen. Er sneuvelden wat passages en ik voegde drie hoofdstukken toe. Er werd meer aandacht besteed aan de psychische klachten van het hoofdpersonage en de wijze waarop zijn problemen, met futuristische technologie, verholpen werden. Daarna besloot ik dat het tijd was om uitgeverijen te benaderen.

Contact met de uitgever
Ik stuurde het manuscript naar uitgeverij Tobi Vroegh, een kleine Amsterdamse uitgeverij die boeken publiceert met een link naar psychiatrie. Ik twijfelde of ik meerdere uitgeverijen moest benaderen, of netjes op een reactie van Tobi Vroegh moest wachten. Ik besloot het laatste te doen. De uitgeverij nodigde me uiteindelijk uit voor een gesprek. Ze zagen wat in het boek, maar er moesten wel aanpassingen worden aangebracht. En dus stelde ik opnieuw een lijst op met aanpassingen en ging aan de slag met versie drie. De spanningsboog moest worden aangepast. Ze vonden, terecht, dat het manuscript te veel personages bevatte en dat een aantal minder belangrijke personages moest verdwijnen. Het werd een ingewikkelde klus. Er zijn meerdere hoofdrolspelers, het perspectief wisselt en de personages komen in elkaars hoofdstukken voor. Wanneer ik ergens iets veranderde, had dit invloed op allerlei andere personages en delen van het verhaal. De derde versie leverde ik in op de dag van de deadline, meer dan een half jaar later. Na enkele maanden in spanning afgewacht te hebben, kreeg ik het heugelijke bericht dat ze het manuscript als boek wilden publiceren. 
 
De redactie
Paul werd door de uitgeverij aangewezen als mijn redacteur. Achteraf hoorde ik dat de uitgeverij het lastig had gevonden om iemand te vinden die als redacteur aan de slag wilde met een sciencefictionverhaal, een genre waar Tobi Vroegh geen ervaring mee had. Gelukkig had Paul dit wel. In ons eerste overleg had hij allerlei praktische vragen en suggesties over de ruimtereis en de taken van de bemanningsleden. Waarom waren er twee schoonmakers nodig, voor een groep van vijfentwintig bemanningsleden? Wat voor planten werden er op het voertuig verbouwd? Was het geloofwaardig dat er pluimvee rondliep, waaronder een gans? Als huiswerk liet Paul me andere boeken lezen, waaronder een sciencefiction roman uit de jaren vijftig, over een lange ruimtereis naar een nieuwe planeet.  Paul had verstand van zaken, kwam met goede suggesties en aandachtspunten, waardoor ik nooit echt moeite had met de - vooral technische -  wijzigingen in mijn verhaal. Op één uitzondering na. Anne, het jongste bemanningslid, had zich in de eerste versies ontfermd over een gans. Deze gans werd ingewisseld voor een robot op wieltjes. Ik deed er niet moeilijk over, maar vind het achteraf jammer. Anne en haar gans waren een charmant duo.

De eindredactie en de kaft
Mijn vader had alle versies, op mijn verzoek, op spelfouten gecontroleerd. Erik werd aangesteld als eindredacteur. Hij ging het hele document doornemen en klaarmaken voor publicatie, kijkend naar spelling, interpunctie en zinsbouw. Een behoorlijke klus, waar ik geen rol in hoefde te spelen. In de zomervakantie werd ik, vanuit Nederland, gebeld met de vraag waarom ik geen tab-inspringingen had gebruikt. Ik moest er wat andere boeken bijpakken om te zien wat Erik bedoelde. Bij nieuwe alinea’s is er in het begin van de eerste regel een opening van enkele millimeters, alsof er meerdere keren op de spatiebalk is gedrukt. Het was mij nooit eerder opgevallen - en mijn manuscript had dan ook geen tab-inspringingen. Er werd mij vriendelijk verzocht of ik deze alsnog wilde plaatsen. Na de eindredactie deed Peter de vormgeving van het binnenwerk en de kaft. Ik vond de kaft erg belangrijk en had zelf een duidelijk idee. Het boek gaat over een reis door het heelal, met psychiatrie als belangrijk thema; ik wilde een hoofd met daarin - en daaromheen -  sterren. Gelukkig kreeg ik van Peter alle ruimte om mij er mee te bemoeien.  Ik geloof dat ik nog nooit zo’n intensief mailcontact met iemand heb gehad als met Peter over de kaft. Nadat ik diverse schetsen had aangeleverd, vroeg hij of ik de afbeelding niet liever zelf wilde ontwerpen. Mijn tante is kunstenares en ik vroeg haar een zwartwitschildering te maken van een mannentorso. Ik bewerkte de schildering in Photoshop en voorzag het van kleur en van sterren. Peter voegde de tekst toe. Na tientallen digitale varianten en vele discussies en compromissen kwamen we na enkele maanden tot een kaft waar we allebei tevreden mee waren.

Het eindresultaat
Na de eindredactie en vormgeving was het boek klaar. Er werd een contract opgesteld en het boek zou spoedig naar de drukker gaan. Ik las het geheel nog een laatste keer. Voor mijn gevoel zouden er nog altijd dingen beter kunnen. Maar ik besefte dat het, na vijf jaar, tijd was om het los te laten. Ik kon me richten op de boekpresentatie, die in samenwerking met de uitgeverij op mijn werk bij GGZ Delfland georganiseerd mocht worden. Op 14 december 2017 werd mijn boek voor het eerst getoond aan familie, vrienden en collega’s. Ik ben van nature verlegen en houd niet van presenteren, maar toch heb ik genoten. De uitgeverij had zeventig exemplaren meegebracht en die werden allemaal verkocht.  In de laatste week van 2017 kwam het boek uit in boek- en webwinkels.Het is nu wachten op de eerste recensies, terwijl de uitgeverij en ik proberen om het boek onder de aandacht te brengen. Ik ben intussen begonnen aan een nieuw boek, een thriller ditmaal. Ik ben benieuwd of het dit keer binnen vijf jaar lukt.

Deze blog is geschreven door Timo Hendriks. 

Meer over het boek en de schrijver
De vlucht van Elan is te vinden in de catalogus van de bibliotheek. Op donderdag 25 januari verscheen er in het Algemeen Dagblad een interview met Timo over zijn debuutroman. Hij vertelt in het interview onder andere over de rol van zijn debuurtoman in het verwerkingsproces van zijn psychoses. 

 

 

 

John Valk

1000 Resterende tekens