Erfgoed

Over de grens: een zeer Avontuerlyke Reyze

Over de grens: een zeer Avontuerlyke Reyze

Door John Tholen

Tegenwoordig is het heel gebruikelijk om over de grenzen van je land of continent te reizen. Het kan snel, veilig en vaak ook nog goedkoop. In het verleden was dat wel anders: reizen was vooral oncomfortabel en gevaarlijk. De meeste mensen verkeerden bovendien niet in de luxepositie om te kunnen reizen: ze konden kostbare werkuren en inkomen niet missen. Dit verklaart waarom reisverhalen zo populair waren in de 17de en 18de eeuw. Mensen kenden vooral hun eigen wereld en waren gefascineerd door spannende verhalen van zeelieden die het gevaar wel trotseerden.

Het bekendste reisverhaal uit de 17de eeuw is dat van Willem Ysbrandz Bontekoe. Zijn Journael of gedenkwaerdige Beschryvinge van de Agtjarige en zeer Avontuerlyke Reyze was een bestseller die tot in de 18de eeuw werd gedrukt, waaronder ook drie edities in Rotterdam. Bibliotheek Rotterdam bewaart twee exemplaren uit 1647 (25 E 8:1) en 1738 (23 D 3).

Het journaal

Bij ‘journaal’ denken we nu aan het nieuws, maar in de 17de eeuw betekende dat woord ‘reisverslag’. De eerste gedrukte reisverslagen waren vooral scheepsjournalen met praktische informatie over vaarroutes en onbekende gebieden. In de loop van de 17de eeuw ontdekken drukkers dat er ook bij het brede publiek veel vraag is naar de spectaculaire reizen, waarop de bemanning vaak te maken kreeg met schipbreuk, ziektes en piraten. De titelpagina van het boekje uit 1738 probeert de interesse van toekomstige lezers te vangen: Bontekoe schreef niet zo maar een reisverslag, maar zijn reis was zelfs ‘zeer avontuurlijk’. Dit werkte: in een tijd waarin beeldcultuur beperkt en kennis uit het buitenland vaak mysterieus was, waren dit soort indrukwekkende beschrijvingen van bijzondere avonturen voor veel mensen een spannend uitstapje over de grens.

Wie was Bontekoe?

Het Journael van Bontekoe verscheen voor het eerst in 1646, pas twintig jaar nadat Bontekoe van zijn reis was teruggekeerd. Hij vertrok op 28 december 1618 vanaf Texel op het VOC-schip Nieuw Hoorn als lid van een bemanning van 206 koppen. Op het laatste deel van de reis naar Azië ontstond brand op het schip, dat de kruitkamer bereikte met een catastrofale ontploffing tot gevolg. Bontekoe zelf wist te overleven en belandde in Batavia. In opdracht van zijn stadgenoot Jan Pieterszoon Coen, die gouverneur-generaal was van de VOC in Azië, voerde Bontekoe verschillende opdrachten uit, die in het Journael ter sprake komen. In 1625 keert hij terug naar Hoorn, trouwt daar en verdient geld met handel. Uitgever Jan Deutel uit Hoorn wist Bontekoe er in 1646 van te overtuigen zijn herinneringen op te schrijven en als Journael uit te laten geven.

Een ‘avontuurlijke’ reis

De bemanning van Bontekoes schip zou de reis waarschijnlijk niet als ‘avontuur’ hebben getypeerd, maar als ‘ramp’. Hoewel de titelpagina van het Journael het avontuur benadrukt, beschrijft de tekst vooral rampzalige gebeurtenissen. Na de explosie van het schip volgt voor de groep overlevenden namelijk nog een barre tocht op zee, zonder drinkwater en voldoende voedsel. Het tweede deel van de tekst beslaat de periode van Bontekoe na aankomst in Batavia. Hij krijgt daar opdracht om de handelsbelangen met China te behartigen, zo nodig met harde hand, en de Spaanse concurrentie te dwarsbomen. Deze episode is een mengeling van diplomatie en geweld.

Rotterdamse roofdruk

Het Journael was een groot succes. In Rotterdam merkten twee uitgevers de nieuwe publicatie uit Hoorn snel op. In de 17de eeuw bestond er geen auteursrecht of copyright. Iedereen kon daarom alle teksten naar believen nadrukken. Dat was precies wat er gebeurde: als een drukker of uitgever een commercieel interessant boek van een concurrent onder ogen kreeg, ging hij vaak over tot het produceren van een zogenaamde roofdruk. Door het boek snel na te drukken hoopte een ondernemer zo mee te profiteren van het financiële succes van de uitgave. Het enige wat een uitgever hiertegen kon doen, was het kopen van een overheidsprivilege. Zo’n privilege verbood nadruk door anderen gedurende een aantal jaren, waardoor de investering in het drukproces minder risico liep.

De Rotterdamse drukkers Jan Philipszoon van Steenwegen en Isaac van Waesberghe sloten de handen ineen. Ze drukten in 1647 samen de eerste roofdruk, waarvan ieder een deel van een eigen titelpagina voorzag. Het drukwerk is behoorlijk slordig, wat aantoont dat ze haast maakten om mee te liften op het succesmoment van de uitgave. Na deze eerste roofdruk verschenen talloze nadrukken, vooral in Amsterdam.

De scheepsjongens van Bontekoe

Veel mensen zullen Bontekoe tegenwoordig vooral kennen door De scheepsjongens van Bontekoe, het beroemde jeugdboek van Johan Fabricius uit 1924. Fabricius baseerde zich voor zijn avonturenverhaal op het eerste deel van het Journael uit 1646. Zijn hoofdpersonages, de scheepsjongens Padde, Hajo en Rolf (de laatste is in het verhaal een neef van schipper Bontekoe), zijn fictief. De personages koppelde Fabricius aan verhaalelementen uit het Journael. Zo is het Padde die, geheel in lijn met het Journael, als botteliersmaat de catastrofale scheepsbrand veroorzaakt. Uiteindelijk worden de drie jongens achtergelaten op Sumatra – een gebeurtenis die ook in het Journael staat beschreven. Hierna wordt Fabricius’ verhaal volledig fictief.

De andere kant van het verhaal

Vroegmoderne lezers zullen enkel hebben genoten van de belevenissen van Bontekoe over de grens van de hun bekende wereld. Ook in Fabricius’ verhaal is er enkel indrukwekkend avontuur te beleven voor jonge lezers. Tegenwoordig zien we daarnaast een andere kant. Bontekoe was immers in dienst van de VOC en voerde in Azië opdrachten uit voor de inmiddels beruchte Jan Pieterszoon Coen, die genocide pleegde op de Banda-eilanden. Ook Bontekoe deed meer dan onschuldige avonturen opschrijven. Berucht is bijvoorbeeld zijn plundertocht waarbij hij met soldaten in China veel mensen tot slaaf maakte, van wie bovendien maar weinigen Batavia bereikten. Hoewel Bontekoe ook deze episode in China in zijn relaas opneemt, blijkt daaruit geen morele vertwijfeling, wat verreweg de meeste cultuuruitingen uit die tijd typeert. Daarnaast staat de tekst vol met wat we nu stereotyperingen noemen: inheemse bewoners die Bontekoe tegenkomt, schetst hij als minderwaardige, goddeloze ‘inboorlingen’ die gedreven worden door gewelddadigheid. Ook bij Fabricius zijn inheemse bewoners vaak vijandig gezind. Wij kunnen bepaalde ‘avonturen’ daarom nu beschouwen als ver over de grens van het betamelijke.

  • Lees de volledige tekst van het Journael van Bontekoe op DBNL.

  • Lees de volledige tekst van De scheepsjongens van Bontekoe op DBNL.

  • Lees meer over de genocide op Banda via de bronnenbox van het Nationaal Archief.

Meer lezen

Lees meer: Over de grens: een zeer Avontuerlyke Reyze

De Rotterdamse brieven van Erasmus

De Rotterdamse brieven van Erasmus

Door John Tholen

In Nederland bevinden zich zo’n twintig eigenhandig geschreven brieven van Erasmus (1466-1536). Maar liefst vier daarvan liggen in Bibliotheek Rotterdam, plus een brief die is geschreven door een van Erasmus’ assistenten. Ze vormen de topstukken uit de Erasmuscollectie: ’s werelds grootste collectie boeken van en over Erasmus, waaronder veel oude drukken uit zijn eigen tijd. De Erasmuscollectie is daarmee een beroemde deelcollectie binnen de erfgoedcollecties van de bibliotheek.

Brieven schrijven in de tijd van Erasmus

Brieven schrijven was in Erasmus’ tijd veel normaler dan het nu is. Om te communiceren met mensen buiten je verblijfplaats waren brieven onmisbaar. En communiceren dat deed Erasmus, altijd in het Latijn: hij schreef brieven aan talloze personen in zijn grote internationale netwerk. De onlangs voltooide Nederlandse vertaling van alle bewaard gebleven brieven van en aan Erasmus (uitgegeven door de Rotterdamse uitgeverij Ad. Donker) bevat 3141 brieven. Alle vertalingen zijn vrij toegankelijk te lezen op DBNL.

Een brief was in de 16e eeuw niet alleen een persoonlijk bericht. Veel brieven werden dan wel geschreven aan een specifieke geadresseerde, maar het beoogde leespubliek was veel breder. Koeriers die de brieven te paard over Europa verspreidden gaven onderweg in de herbergen die ze aandeden soms alvast inzage in de inhoud. Ook de geadresseerde zelf liet de brief rondgaan in zijn netwerk. Ze werden overgeschreven en doorgestuurd. Van verreweg het grootste deel van Erasmus’ brieven zijn de eigenhandig geschreven originelen niet meer bewaard gebleven. De teksten die erin stonden kennen we vaak wel: ze zijn gebundeld in boekvorm uitgegeven, soms al op initiatief van Erasmus zelf.

Via zijn brieven beïnvloedde Erasmus zijn imago. Hij liet niet zo maar alle brieven die hij schreef publiceren in boekvorm, maar maakte een selectie en redigeerde bovendien de brieven. Hij had assistenten in dienst die hem hielpen bij het maken van een kopie van zijn correspondentie voor eigen gebruik. Omdat hij wist dat veel verstuurde brieven door velen zouden worden gelezen, hield Erasmus bij het schrijven waarschijnlijk ook regelmatig een breed publiek in zijn achterhoofd. Een brief was voor Erasmus zo niet alleen een persoonlijk medium om zijn netwerk te onderhouden, maar ook een publiek middel om zich bijvoorbeeld te verdedigen tegen kritiek op zijn werk.

Vijf Rotterdamse brieven

De vijf Erasmusbrieven in Bibliotheek Rotterdam vormen geen samenhangende verzameling: ze zijn afzonderlijk aangekocht op veilingen in de vorige eeuw. De brieven zijn geschreven in 1521, 1528, 1530, 1532 en 1533 aan vier verschillende personen. Het briefpapier was steeds ook de envelop, zoals gebruikelijk in die tijd: Erasmus vouwde de brieven dicht en schreef de naam en de verblijfplaats van de geadresseerde op de buitenzijde van het briefpapier. De eigenhandige brieven sluiten af met de beroemde handtekening van Erasmus, met de kenmerkende hoofdletter E.

Brief 94 D 1

Brief 94 D 1

Erasmus schreef deze brief op 25 februari 1521 in Leuven aan Nicolaas Everaerts, die net als Erasmus werkte voor de bisschop van Kamerijk. In de brief uit Erasmus zijn frustratie over Luther. Hij begint zijn brief direct stellig: ‘Met wat een haatgevoelens belast Luther zowel de schone letteren als de christelijke zaak!’ De toon van de brief is gezet. Erasmus blijkt vooral geïrriteerd door Luthers provocerende werkwijze: ‘Zes maanden geleden heb ik hem gemaand de haat niet aan te wakkeren’, verzucht hij tevergeefs aan Everaerts.

  • Lees de vertaling van de gehele brief op DBNL

  • Klik op de brief om de afbeelding paginagroot te bekijken


Brief 94 D 2

Op 14 mei 1533 schrijft Erasmus vanuit Freiburg aan Viglius van Aytta, een Friese hoogleraar rechten in Padua, een vrij lange brief van meerdere pagina's. Hierin komen verschillende onderwerpen ter sprake. De openingszin is kenmerkend voor Erasmus’ vaak terugkerende klachten over zijn ervaren ellende: ‘Je vergist je als je denkt het duizendste deel te kennen van de ellende die ik, naast de ongemakken van ouderdom en ziekte, voor de kiezen krijg, maar tegen het noodlot strijden zelfs de goden niet.’ Erasmus geeft Viglius een update over zijn verstandhouding met en mening over verschillende personen en refereert aan enkele nieuwe humanistische uitgaven. Verder toont Erasmus bijvoorbeeld goed op de hoogte te zijn van de politieke situatie in Engeland, waar koning Hendrik VIII op ramkoers ligt met de paus vanwege het willen ontbinden van zijn huwelijk met Catharina van Aragon. ‘De paus beveelt dat de Engelse koning zijn huwelijk met de koningin handhaaft totdat te Rome een uitspraak over de zaak zal zijn gedaan. Maar wie ziet niet in dat het proces nooit tot een einde zal komen zolang de echtgenoten in leven zijn?’

  • Lees de vertaling van de gehele brief op DBNL

  • Klik op de brief om de afbeelding paginagroot te bekijken

Brief 94 D 2


Brief 94 D 3

Brief 94 D 3

Opnieuw een brief aan Viglius van Aytta vanuit Freiburg op 8 februari 1532, geschreven in Erasmus’ opdracht door zijn assistent. De brief gaat voornamelijk over een humanistisch-wetenschappelijke discussie rondom de Latijnse taal: mag enkel de taal van de beroemde Romeinse auteur Cicero worden gebruikt, of zijn afwijkingen toegestaan in fatsoenlijk Latijn? Erasmus behoort tot de ruimdenkende groep die voorstander van de tweede optie is. Hij adviseert Viglius om niet de pennenstrijd aan te gaan, omdat dat weinig effect zal hebben. Tussen neus en lippen door staat in de brief ook nog iets persoonlijks: ‘Ik heb al heel wat dagen last van hoestbuien, een kwaal die hier nu erg heerst.’

  • Lees de vertaling van de gehele brief op DBNL

  • Klik op de brief om de afbeelding paginagroot te bekijken


Brief 94 D 2

Op 3 januari 1528 is Erasmus in Bazel en schrijft hij deze brief aan Hermann Graf von Neuenahr in Keulen. In de brief komt duidelijk naar voren hoe kwetsbaar communicatie in die tijd was. Erasmus schrijft: ‘Ik neem aan dat […] mijn brief bij jou is aangekomen’ en ‘Door middel van deze bode zul je […] zonder gevaar kunnen schrijven’. Post kwam niet altijd vanzelfsprekend aan en vertrouwelijke informatie was onderweg zeker niet veilig. Erasmus uit in deze brief zijn zorgen over de situatie in Bazel, waar de reformatie dreigt uit te breken. Hij is op zoek naar een veiliger heenkomen en refereert dan onder andere aan een ontvangen brief van de Engelse koning Hendrik VIII, die hem uitnodigt. Erasmus ziet daar voor zichzelf echter ‘geen geschikte woonplaats’.

  • Lees de vertaling van de gehele brief op DBNL

  • Klik op de brief om de afbeelding paginagroot te bekijken

Brief 94 D 4


Brief 94 D 5

Brief 94 D 5

Erasmus schreef dit korte briefje op 6 juni 1530 vanuit Freiburg aan Cornelis de Schepper, keizerlijk secretaris van Karel V. Erasmus informeert bij zijn contactpersoon naar twee andere bekenden en meldt over zichtzelf dat hij ‘met een zeer hardnekkige kwaal te kampen’ heeft, zelfs ‘niet zonder gevaar voor mijn leven’. Kennelijk voelde Erasmus zich op dat moment erg ziek. Hij gebruikt het in ieder geval als excuus voor zijn korte brief: ‘Dit is waar ik met moeite toe in staat was, mijn beste Cornelis.’

  • Lees de vertaling van de gehele brief op DBNL

  • Klik op de brief om de afbeelding paginagroot te bekijken

  • Meer weten, vragen of opmerkingen? Mail conservator John Tholen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Meer lezen

Lees meer: De Rotterdamse brieven van Erasmus

Mikroskoopische vermaaklykheden

Mikroskoopische vermaaklykheden

Nieuwsgierig naar de natuur

Door John Tholen

Tegenwoordig is er veel aandacht voor de manier waarop we met de natuur en het milieu omgaan. Veel mensen vinden duurzaamheid belangrijk. Ook 300 jaar geleden was er al volop aandacht voor de natuur. Dat zien we bijvoorbeeld in de erfgoedcollectie van Bibliotheek Rotterdam terug. In die collectie zitten allerlei oude boeken over de natuur, met prachtige afbeeldingen!

Kennistoename

Nu weten we heel veel over de natuur en de rol die we daarin zelf spelen. We zijn daardoor in staat om bewuste keuzes te maken in hoe we met de natuur omgaan. Die kennis is in de loop der tijd opgebouwd. Vanaf de 17e eeuw ontstaat er een enorme kennistoename. Mensen gaan niet langer alleen maar uit van bestaande bronnen, zoals geschriften uit de Griekse en Romeinse oudheid. Lange tijd waren klassieke auteurs als Galenus en Aristoteles de belangrijkste autoriteiten op het gebied van kennis over de natuur. Iemand zoals Antoni van Leeuwenhoek uit Delft ging echter zelf op onderzoek uit. Van Leeuwenhoek was goed bekend in Rotterdam en had er verschillende contacten. Hij maakte duidelijk dat de wereld anders in elkaar zat dan de klassieke auteurs dachten.

Antoni van Leeuwenhoek

Uit nieuwsgierigheid naar hoe de natuur zich om hem heen vormde, gebruikte Van Leeuwenhoek een primitieve microscoop met één lens tussen twee metalen plaatjes. Hij maakte zijn lenzen zelf en deed altijd geheimzinnig over zijn procedé van blazen, slijpen en polijsten. Recent onderzoek naar enkele van zijn overgebleven microscopen maakt duidelijk dat Van Leeuwenhoeks techniek helemaal niet zo verschilde van de werkwijze van collega-microscopisten. Van Leeuwenhoek lijkt dus ook oog te hebben gehad voor het creëren van zijn imago.

De hoge vergrotingsfactor van zijn eindresultaat stelde Van Leeuwenhoek in staat baanbrekende resultaten te presenteren. Hij was echter geen wetenschapper, maar een gefascineerde autodidact: Van Leeuwenhoek onderzocht zijn materiaal niet op basis van een vaste methode en hij trok meestal geen wetenschappelijke conclusies uit zijn onderzoek. Toch wist hij met zijn resultaten hoge ogen te gooien in wetenschappelijke kring. Zijn werk gaf de mens ineens veel meer inzicht in de wereld. Bibliotheek Rotterdam bewaart het eerste boek uit 1684 waarin Van Leeuwenhoek verslag doet van zijn bevindingen, met de moeilijke titel Ondervindingen en Beschouwingen Der onsigbare geschapene waarheden. De titel maakt duidelijk dat Van Leeuwenhoek nieuwe ‘waarheden’ kan benoemen van ‘onzichtbare’ zaken. In die tijd moet dat voor lezers mysterieus en spannend hebben geklonken. Nu zijn Van Leeuwenhoeks ontdekkingen alledaagse gegevens die iedereen kent, zoals bacteriën en zaadcellen.

Popularisering

Na de ontdekkingen die Van Leeuwenhoek en anderen hadden gedaan werd de nieuwe kennis over de natuur ook voor een breder publiek toegankelijk gemaakt. Bibliotheek Rotterdam heeft bijvoorbeeld een boek in vier delen uit 1776 met de titel Mikroskoopische vermaaklykheden. Het is een vertaling van het werk van de Duitse natuuronderzoeker Martin Frobenius Ledermüller. De titel laat al duidelijk blijken dat het boek geen puur wetenschappelijk publiek voor ogen heeft: het is ook een boek ‘ter vermaak’. Het voorwoord spreekt van ‘liefhebbers’. De vier delen van het boek staan vol met prachtige afbeeldingen van zaken uit de natuur die niet met het blote oog zichtbaar zijn. Alle afbeeldingen zijn bovendien met de hand ingekleurd (kleurendruk bestond nog niet). De uitgever benadrukt in het voorwoord dan ook dat die ‘Natuurlyke Kleur’ iets bijzonders is in dit boek.

Het derde deel (exemplaar van de Universiteitsbibliotheek UvA) is door Google Books gedigitaliseerd en in Delpher te bekijken.

  • Image 00007 2

  • Image 00008 2

  • Image 00009 2

  • Image 00010 2

  • Image 00011 2

  • IMG 3992 2

  • IMG 3995 2

  • IMG 3997 2

  • MV 5 2

Restauratieproject

Mikroskoopische vermaaklykheden is een van de boeken die door Bibliotheek Rotterdam geselecteerd zijn om te worden gerestaureerd. Na 250 jaar te zijn gebruikt zijn sommige boeken namelijk niet meer in al te beste staat. Om ze te kunnen blijven laten zien zonder dat er nog meer schade ontstaat, moeten ze worden opgeknapt. Dat gebeurt door een gespecialiseerde boekrestaurator. Bibliotheek Rotterdam vindt het belangrijk om dit te doen, omdat de boeken daarna hun verhaal kunnen blijven vertellen. Mikroskoopische vermaaklykheden kan zo na het restauratieproces weer de bewondering voor de natuur laten zien die er honderden jaren geleden al was. Het boek toont ons op die manier de blijvende pracht en kracht van de wereld waarin we leven.

Meer weten, vragen of opmerkingen? Mail conservator John Tholen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Meer lezen

Lees meer: Mikroskoopische vermaaklykheden

Zwarte pracht en praal

Zwarte pracht en praal

De Caart van de stad Rotterdam uit 1694

Door John Tholen

Met gouden letters op een diepblauwkleurige banier wappert de naam ‘Rotterodamum’ boven een prachtig aanzicht vanaf het water van de Rotterdamse skyline uit 1694. We kijken in een groot vierkant boek uit de erfgoedcollectie van Bibliotheek Rotterdam. Het bevat materiaal ter omlijsting van de enorme plattegrond van Rotterdam door cartograaf Johannes de Vou: stadsaanzichten, familiewapens en afbeeldingen van de markantste gebouwen in de stad. Alles vanaf geëtste koperplaten op papier gedrukt en daarna met de hand ingekleurd in nog altijd heldere kleuren.

Het geheel geeft de stad Rotterdam weer als machtige handelsmetropool. De stadsplattegrond zelf toont allerlei details waaruit het belang van de zeevaart voor de stad blijkt. Je kunt op de kaart verschillende scheepswerven ontdekken, in de Binnenrotte liggen talloze handelsschepen en de stad staat vol chique grachtenpanden.

De Rotterdamse stedenmaagd

Onder de kaart is Rotterdam zelf afgebeeld als een zittende en gekroonde dame. Zo’n personificatie was een gebruikelijke methode om de macht van een stad of land te benadrukken. Tegen haar aan leunt een andere personificatie: een riviergod die een kruik omarmt waaruit het water stroomt. Deze figuur benadrukt de belangrijke band tussen Rotterdam en het water. Links van dit tafereel blijkt waarom dit water zo belangrijk is. Een zeemonster vertegenwoordigt er de Rotterdamse Admiraliteit, te identificeren door het motto ‘Pugno Pro Patria’ (Latijn voor ‘Ik vecht voor het vaderland’). Dit was het bestuursorgaan dat macht had over alles op zee: van handelsvloot tot oorlog en georganiseerde kaapvaart. In zijn kielzog komen twee figuren, afgebeeld met vleugeltjes op hun rug om ze een goddelijke status te geven. Door hun uiterlijk en uitdossing zijn ze duidelijk herkenbaar afkomstig uit Afrika en Zuid-Amerika. Vrijwillig en blij brengen ze een enorme ivoren slagtand mee, die gevuld is met allerlei producten uit hun thuislanden. Ze komen dit alles nederig aanbieden aan de weelderig zittende Rotterdamse stedenmaagd.

Verbloeming van slavernij

Dit was de manier waarop Rotterdam als machtige handelsmetropool in de Gouden Eeuw zelf door Rotterdammers werd afgebeeld. Voor slavernij was in dit beeld geen plaats. Inmiddels erkennen we dat die rijkdom en macht alleen maar kon bestaan door onderdrukking en uitbuiting van tot slaaf gemaakten. Dat is de zwarte kant van de geschiedenis. In werkelijkheid zouden de twee figuren links van de dame Rotterdam in ketens gekluisterd zijn en zeker niet vrijwillig hun inheemse producten aanbieden. Van goddelijke vleugels was in werkelijkheid geen sprake. Slavernij wordt in deze weergave genegeerd en zelfs verbloemd.

Omdat we nu anders tegen de geschiedenis van Rotterdam aankijken dan de meeste mensen die toentertijd in Rotterdam leefden, is het belangrijk dat het materiaal uit die tijd nog altijd wordt bewaard. Met behulp van oude boeken en kaarten als deze, kunnen we ons eigen verhaal vertellen. De afbeeldingen uit de Rotterdamse Gouden Eeuw zelf geven zo aanleiding om te bepalen in wat voor samenleving we vandaag willen leven.

Daarom heeft Bibliotheek Rotterdam dit object geselecteerd om door een boekrestaurator te worden opgeknapt. Na jarenlang gebruik is bijvoorbeeld schade ontstaan in de vouwen van het oude papier. Die scheurtjes zijn onlangs hersteld zodat het boek ook in de toekomst een aanleiding kan blijven om over onze wereld na te denken.

Meer weten, vragen of opmerkingen? Mail conservator John Tholen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Meer lezen

Lees meer: Zwarte pracht en praal

De Erfgoedcollectie van dichtbij

De Erfgoedcollectie van dichtbij 

Over een paar jaar wordt de Centrale bibliotheek aan de Blaak gerenoveerd. Na bijna 40 jaar is het tijd voor een nieuwe jas. De oude is versleten en moet nodig vervangen worden. Bibliotheek Rotterdam pakt het grondig aan. Bezoekers mogen even niet komen. Het is niet echt verantwoord. Bovendien zoekt het niet zo lekker tussen het bouwstof en rustig studeren is er dan ook niet bij. De hele rambam moet eruit. Tafels, stoelen, lampen, koffieautomaten. Én onze collectie boeken en andere materialen: 830.000 stuks. We zijn op zoek naar een tijdelijk onderkomen, want de renovatie gaat een tijdje duren.

  • John Emma En Marja

  • Erfgoed Boek 2

  • Erfgoed Boek

Restauratie en zuurvrije dozen

John Tholen, de conservator, beheert de Erfgoedcollectie. Dit is een kostbare collectie en van onschatbare waarde voor de Nederlandse geschiedenis. Het staat deels in een klimaatkluis achter de schermen. Eeuwenoude boeken, uv-licht en wisselende temperaturen gaan niet zo goed samen. John wil de collectie voorbereiden op de verhuizing. Hij laat onder andere boeken restaureren die te fragiel zijn voor vervoer. Momenteel is hij met acht vrijwilligers bezig om de Collectie Pamfletten over te zetten naar zuurvrije dozen. Deze verpakking reageert niet met het eeuwenoude papier van de pamfletten en is hierdoor geschikter dan de huidige, oude bruine verpakkingsdozen. Pamfletten werden gebruikt om een mening te verkondigen. En volgens een van de vrijwilligers Marja Kruidenier is ‘niets menselijks ons vreemd, ook 400 jaar geleden was er politiek gebakkelei’. Ze komt veel onderwerpen van religieuze en politieke aard tegen. De auteurs zijn vaak niet bekend en zelfs de drukkers drukten vaak anoniem. De beschrijvingen geven een tijdsbeeld. Van waarover men zich druk maakte en hoe ze taal en satire gebruikten. Om bijvoorbeeld de spot te drijven met de Engelsen met wie Nederlanders in die tijd voortdurend oorlog voerden. In een inboedelbeschrijving wordt een meubelstuk van Engelse makelij prachtig beschreven om later te eindigen met de opmerking dat een stel dronken Russen whisky hadden gemorst en dat het onder de vlekken zat. Een hele opmerkelijke vondst uit de collectie is een vonnis uit 1669, een nogal lugubere. Een bakker heeft zijn zwangere vrouw in de bakkersoven verbrand. Zijn straf is radbraken en hij vraagt kalm of ze hem bij de eerste slag willen uitschakelen.

Frisse blik

Het is nogal een omvangrijk project. Van april tot en met juni komen de vrijwilligers meerdere dagen per week langs. Een voor een bekijken ze de pamfletten, vinken het af op de inventarisatielijst en noteren bijzonderheden. Emma van der Westen pakt tijdens het werk regelmatig haar smartphone erbij om te googlen op gebeurtenissen en mensen die in de pamfletten worden genoemd. Ze zijn geschreven in oud-Nederlands. Meestal vindt ze wel een aanknopingspunt en kan ze uit de context opmaken waar het over gaat. De spelling is soms anders, maar woorden zijn nog herkenbaar. Lastiger is het lettertype van documenten die in gotisch schrift zijn gedrukt. De letters zijn opgebouwd uit zware streken en moeilijk leesbaar. John is blij dat hij deze klus met vrijwilligers kan aanpakken. Hij vindt het leuk dat de collectie wordt bewonderd en bekeken met een frisse blik.

Meer lezen

Lees meer: De Erfgoedcollectie van dichtbij

Meer artikelen...

© 2019 - Bibliotheek Rotterdam

Voer uw gebruikersnaam / pasnummer en wachtwoord in.