De stad en de tijger
Stad in de watten
wolkenstad
zwanger van het witte doek
ontbloot haar buik
en onbeschroomd valt klap na klap
wordt de roos vertrapt de deur dichtgesmeten
in de mondhoek een beekje bloed
wordt bemind wulps gegeten
gegromd gelachen en gedold
gebeend van hot naar her en nergens heen
<wat bloeit en lokt zo dat je adem stokt?>
wordt naar broze woorden gekeken
gestreeld en gezwegen
tot in de verte
eenzaam
het bordje uitgang gloeit je denkt
de film is ten einde de dag de week de grond
verschuift je mond wil nog iets zeggen
wil met volle teugen door de nacht
maar de stad valt al in slaap
in haar brave buik.
Jana Beranová
Geschreven bij het International Film Festival Rotterdam, januari 2011
Nachtbraker
De leeuwerik
zingt
de nacht
aan scherven
een moedervlekje
aan de gevel van de hemel
brengt hij god een serenade
en waant zich
de hemel
zijn ereboog
zijn dag begint
Jana Beranová
Januari 2011
Dit gedicht was Gedicht van de Maand januari 2011. Met dit stadsgedicht sloot Jana Beranová haar reeks Gedichten van de Maand af.
Meisje van Maandag
Een trekvogel legde vroeg
in de morgen een gedicht op de stoep.
Niets werd vergeten.
Je had armpjes, beentjes
en een twinkeling in je oog
om het donker te doorbreken.
Wij hadden gelukkig
grote armen om je te omarmen,
grote benen om je mee te nemen.
Vol tederheid staan we nu stil
bij de vraag waarheen de vogel
die je heeft gebracht verdween.
Poëzie is de hoeder van de maan.
Je rolde op een maandag de stad binnen
en alle dichters werden moeder.
Jana Beranová
Maart 2010
Geschreven voor de vondeling Luna.
Van dit gedicht is een ansichtkaart gemaakt, die in januari 2011 in een oplage van 30.000 ex gratis in de stad verspreid wordt.
Muren
Muren kunnen van je houden.
Vul ze tot de rand toe met liefde
en ze zullen je steunen, op handen dragen
een nest voor je bouwen, warm als dons
alles heeft twee kanten, liefste
die van de zon en de andere
Maar als je ze misbruikt,
met muren verdeeldheid zaait, honger
tussen mensen, groepen, landen, hemel en aarde
dan stokt je adem, liefste
lucht kan ook muren worden
Kijk, deze kiezel is rond als de zon
je kunt hem warmen in je handpalm
uit liefde een vuist maken van steen
het is maar wat je kiest, liefste
de kant van de zon of die andere
Kom, laten we elkaar de hand geven
en als we al een hek moeten bouwen
dan een hek van zwijgen en kracht
tegen het geblaf van loslopend kwaad.
Jana Beranová
16 september 2010
Geschreven ter gelegenheid van de manifestatie Rotterdam voor Gaza.
Van dit gedicht is een ansichtkaart gemaakt, die in december 2010 in een oplage van 30.000 ex gratis in de stad verspreid is.
Klare taal
met dank aan Arjen Duinker, Delft
Loop ik langs de bouwput op het Kruisplein
zie ik die man met de gele helm
die een gat praat in de straat.
Loop je over het Schouwburgplein
blijkt het stadshart versneden
in een bouwpakket vloerdelen. Klompje lijm.
Ga ik rechtsaf naar de Drievriendenstraat
woont daar die vrouw die al zeventig jaar
de sleutels bewaart van haar toen verbrande haard.
Ga je voorbij de Karel Doormanstraat
slijt als koning van de Bijenkorf die zwerver
zoemend zijn krantje: Maakmeblij Maakmeblij
Wiemaaktmeblij?
Rechtdoor bij de bruggen zijn de sporen van strijd
allang uitgewist, je vraagt je alleen af
op wiens graf je misschien wel staat.
Op Katendrecht schop ik een steentje weg,
Bob Tattoo grift hartjes op een schouderblad, kattenkop,
rozenknop, everzwijn die schoonheid verscheurt.
‘En terwijl ik naar bed gaat
denk ik aan de Zaagmolenstraat’
schreef Willem de Kooning in klare taal.
Ja,
Rotterdam is het centrum van de wereld
en heel toevallig wonen wij daar.
Jana Beranová
Gepresenteerd tijdens de Rotterdamse avond van Poetry International op 11 juni 2010.
Van dit gedicht is een ansichtkaart gemaakt, die in september 2010 gratis door de stad verspreid is in een oplage van 30.000 ex.
The Red Apple
127 meter
Het eiland lijkt een schip dat water klieft.
Haar boegbeeld: een boom van een appel.
De lucht bloost van al dat rood.
Waar platbodems aanmeerden met vaten wijn,
jogt een jogger zich uit de naad, zijn sweatshirt
in stijl met grote broer The Big Apple.
Zoek de kleine appelboom die niemand heeft
geplant en – Gods wonder – niemand heeft omgehakt.
Toeval zit in een gemorst zaadje.
Ga naar de punt van de Wijnhaven
dorstend naar zomer, geur van de appelmarkt.
Bijt in een appel, rood en rijp.
‘Mamma, waar komen appels vandaan?’
vraagt het kind.
‘Van de appelboom, schat.’
‘En waar komt de appelboom vandaan?’
vraagt het kind.
‘Dat, schat, is het geheim van de appel.’
Jana Beranová
Geschreven bij de spraakmakende nieuwbouw The Red Apple op het Wijnhaveneiland.
Van dit gedicht is een
ansichtkaart gemaakt, die in een oplage van 25.000 ex. gratis in de stad is verspreid. De vormgeving is verzorgd door Paul Henning, vormgever van Bibliotheek Rotterdam. Alle bewoners van de woontoren en het aangrenzende kopblok kregen de kaart op 17 juni als verrassing in hun brievenbus.
Tulpen op het graf
Er zijn muren waarop namen staan in dichte
rotten zoals tulpen op bloembollenakkers.
Je doet een stap achteruit en
naam valt samen met naam, tulp met tulp. Je
raakt ze niet meer kwijt al heb je ze niet gekend.
Maar wat met naamlozen
die in ijsbrekende eenzaamheid vertrokken?
Gebroken spijlen in een gammel hek.
Je begraaft ze, legt tulpen
op het graf en vraagt je hooguit af waar en hoe
ver. Begraafplaatsen zijn laatste verzamelplekken.
Tulpen, rozen, chrysanten al
naar gelang het seizoen. Dennentakken in de winter.
Tulpenbollen bloeien pas na een nachtje vorst.
Diep in de grond gelden andere wetten.
Je probeert te raden waar hij of zij van hield. Door
wie gemist en met welke blik. En door wie vergeten.
De aarde zegt het niet.
Jana Beranová
Geschreven bij het herbegraven van 9 naamloze doden op de Zuider Begraafplaats in maart 2010.
Het gedicht is opgenomen in de bundel Amerika, Amerika! uitgegeven door uitgeverij Douane.